Met de auto naar Sardinië reizen is een avontuur dat veel mensen bijblijft, maar het vraagt wel voorbereiding. De route gaat altijd via een veerboot, want Sardinië is een eiland. Je rijdt dus vanuit Nederland of België richting Italië, stapt op een ferry, en rijdt daarna verder op het eiland. Hoe dat in de praktijk voelt, wat je tegenkomt en waar je op moet letten: dat lees je hier.
Hoe de reis er in de praktijk uitziet
Vanuit Nederland rij je eerst een flink stuk door Europa voordat je ook maar in de buurt van Sardinië komt. De meeste mensen stoppen een nacht onderweg, bijvoorbeeld in de buurt van Milaan of Florence. Daarna rij je door naar een van de ferry-havens in Italië. De populairste vertrekpunten zijn Genua, Livorno en Civitavecchia. Genua is het dichtst bij voor wie vanuit het noorden komt. Civitavecchia ligt bij Rome en is een aantrekkelijke optie als je de reis combineert met een stop in Rome of een rondreis door Italië.
De oversteek duurt afhankelijk van de haven en de rederij tussen de 7 en 22 uur. Een nachtferry vanuit Genua naar Olbia of Cagliari is populair: je stapt ’s avonds op, slaapt aan boord, en staat ’s ochtends fris op Sardinië. Dat scheelt een hotelovernachting en je verliest geen reistijd. Overdag varen kan ook, maar dan verlies je een halve dag en ben je in de regel moe bij aankomst.
Met de auto naar Sardinië: ervaringen met de ferry
De meeste reizigers zijn positief over de oversteek zelf. De boten van rederijen als Grimaldi Lines, Tirrenia en Corsica Sardinia Ferries zijn comfortabel, met restaurants, bars en cabines in verschillende prijsklassen. Een hut reserveren is verstandig, zeker in het hoogseizoen. Wie probeert te besparen met een stoel of een ligplaats in een gedeelde ruimte, merkt al snel dat dit minder aangenaam is voor een lange nacht.
Autorijden op de boot zelf vraagt even wennen. Je parkeert je auto in het laadruim en mag tijdens de vaart niet meer naar de auto. Alles wat je ’s nachts nodig hebt, neem je mee naar de hut. Denk aan je toilettas, een boek, opladers en slaapkleding. Een veelgemaakte fout is spullen in de auto laten liggen die je toch nodig blijkt te hebben.
Rijden op het eiland zelf
Eenmaal op Sardinië begint het eigenlijke rijgedeelte. En dat is waar de auto echt zijn waarde bewijst. Het openbaar vervoer op het eiland is beperkt, de mooiste stranden liggen buiten de dorpen en de wegen kronkelen door prachtig binnenland dat je met een bus nooit bereikt. Met een auto ben je flexibel en onafhankelijk.
De wegen zijn over het algemeen goed begaanbaar, maar smal in de binnenlanden. Sardijnse bestuurders rijden snel en inhalen op smalle bergwegen is normaal. Houd daar rekening mee als je niet gewend bent aan Zuideuropees verkeer. De wegen langs de kust, zoals de SS125 in het zuidoosten, zijn spectaculair maar vragen aandacht. Navigatie werkt prima met Google Maps of een offline kaart.
Parkeren is in de zomer in kustplaatsen als Alghero, Villasimius of La Maddalena een uitdaging. In augustus loopt het er vol en zijn betaalde parkeerplaatsen de norm. Plan daar tijd en geld voor in.
Wat de reis kost (schatting 2026)
De totale kosten hangen af van je vertrekpunt, het type hut op de ferry, de rederij en het seizoen. Als indicatie: een retour ferry voor twee personen met een auto en een tweepersoonskajuit kost naar schatting rond de 400 tot 700 euro in 2026, afhankelijk van het seizoen en hoe vroeg je boekt. In het hoogseizoen (juli-augustus) zijn de prijzen het hoogst en de beschikbaarheid het laagst. Vroeg boeken, liefst een aantal maanden van tevoren, loont sterk.
Daarboven komen brandstofkosten voor de rit door Italië (tol inbegrepen op de Italiaanse snelwegen) en de kosten voor parkeren en rijden op het eiland zelf. Reken op extra brandstofkosten omdat de wegen op Sardinië kronkeliger zijn dan je gewend bent.
Is het de moeite waard?
Voor wie van rijden houdt en de vrijheid wil om te gaan en staan waar je wilt, is de auto de beste optie voor Sardinië. Je bent niet afhankelijk van huurautoprijzen (die in het hoogseizoen fors oplopen) en je kunt zoveel bagage meenemen als je wilt. Kinderwagens, fietsen, strandstoelen: alles past gewoon in of op de auto.
Het nadeel is de tijd. De rit vanuit Nederland naar een Italiaanse haven duurt al gauw 12 tot 14 uur rijden, verdeeld over een of twee dagen. Tel daarbij de ferryoversteek op en je bent al snel twee volle reisdagen kwijt per richting. Wie maar een week heeft, verliest relatief veel tijd onderweg. Voor een verblijf van twee weken of langer is de auto bijna altijd de betere keuze.
De ervaringen van mensen die met de auto naar Sardinië zijn gereden zijn overwegend positief, met name het gevoel van vrijheid op het eiland zelf wordt steeds opnieuw genoemd. De reis ernaartoe vraagt geduld, maar wie dat aankan, geniet dubbel: al onderweg door Italië en daarna onbeperkt op het eiland.





